Stukje 6 - Gelassenheit
Zelfs in de filosofie is het niet altijd makkelijk om een positieve analyse of uiteenzetting van onverschilligheid te vinden. Maar van Heidegger valt nog wel wat te brouwen. Martin Heidegger is geboren in Duitsland in 1889, hij heeft aan de universiteit van Freiburg filosofie gestudeerd en werkte onder Edmund Husserl, die op zijn beurt de grondlegger van de fenomenologie wordt genoemd.
Heidegger trouwde met een vrouw die Elfride heette en had een affaire met Hannah Arendt. Hij sloot zich aan bij de NSDAP en kreeg in zijn latere leven veel kritiek op zijn antisemitische houding. Er zijn mensen die zeggen dat het antisemitisme diep in zijn werk geworteld zit, en er zijn mensen die zeggen dat hij allerlei Joodse vrienden en relaties heeft, dus dat dat antisemitisme allemaal nonsese is. Nouja, dat zegt hij er zelf over. Hij schrijft dat in een brief aan Hannah Arendt in de winter van 1932/1933.
Als reactie op de verhalen over zijn antisemitisme begint hij een opsomming van al zijn joodse vrienden en relaties. Een matig, maar veel gebruikt verweer tegen aanteigingen van discriminatie. Daarna schrijft hij: Und erst recht kann es nicht das Verhältnis zu Dir berühren. Wat zoiets betekent als: En het kan zeker mijn relatie met jou niet schaden. Hannah had iets minder aan die boodschap, hoewel ze het contact met Heidegger nooit helemaal verbrak. Ze schrijft later in een brief aan iemand anders over Heideggers karakter dat hij geen slecht karakter heeft, maar gewoon een gebrek aan karakter in het algemeen.
Nu je een beetje persoonlijke context hebt over deze filosoof kan je met die informatie in je achterhoofd verder lezen. Want ik sluit me bij Hannah Arendt aan in haar analyse van Heideggers karakter, in ieder geval zijn politieke karakter: daar ontbreekt het wel wat aan. Maar zijn filosofie is daarmee niet direct nutteloos.
Terug naar onverschilligheid, of zoals Heidegger schreef: gelassenheit een woord dat denk ik goed past bij onverschilligheid. In het Nederlands zou je het kunnen vertalen als gelatenheid of als laten-zijn. In het Duits betekent Gelassenheit zoiets als kalme, bedaarde onverschilligheid. Eerder werd de term gebruikt door een Duitse monnik in de dertiende eeuw die Meister Eckhart heette. Die gebruikte het woord Gelassenheit als loslaten, het laten zijn van de wereld en vrij worden voor God. Dat lijkt erg op hoe Heidegger gelassenheit gebruikt, maar dan met minder God en meer Zijn.
Om wat meer over deze vorm van onverschilligheid te leren lees ik een toespraak die Heidegger gaf in 1955 op de 175ste geboortedag van een componist die Conradin Kreutzer heet. Ik vind het raar om zo te zeggen want hij was dus allang dood maar in weze vierden ze alsnog zijn verjaardag.
De toespraak gaat over denken, Heidegger vertelt over twee soorten denken, het calculerende denken en het bezinnende denken. Het calculerende denken koppelt hij aan de techniek, het houdt zich bezig met dingen die al gegeven zijn, die dingen worden overdacht aan de hand van bepaalde parameters zoals het nut, de winst of het gebruik. Calculerend denken beperkt zich niet tot de wereld van de wiskunde of tot computers en machines, maar het verspreidt zich in ons verdere leven. Het is een soort denken dat altijd door jaagt, niet rustig beschouwend of overdenken maar steeds onderweg naar doelen en plannen. Het is instrumenteel.
Nu zegt Heidegger niet dat dit soort denken altijd slecht is, het mag zeker bestaan, het moet alleen niet de enige soort denken worden. Naast deze vorm heeft hij het dus over het bezinnende denken, een vorm van denken die niet onderworpen is aan een bepaalde doelmatigheid. Het bezinnende denken probeert open te staan voor hoe de dingen zijn, zonder ze te willen beheersen. Het bezinnend denken klinkt zo wat passief, alsof je berekenend echt iets doet en bezinnend alleen de dingen op je af laat komen. Maar voor Heidegger is dit geen passieve houding, het vergt aandacht en concentratie.
Stel je bent bijvoorbeeld aan het wandelen, en je ziet bomen staan, dan kan je gaan bedenken hoe je die bomen kan inzetten voor een doel. Zoals: ‘ik heb brandhout nodig, hoe kan ik deze bomen kappen, zagen, splitsen en thuis krijgen?’ Of je zou kunnen denken op een bezinnende manier. Dat betekent niet dat je de bomen niet ziet staan en alleen wandelt. Je moet de bomen in je opnemen, precies zijn, je gedachten bij elkaar houden, je moet actief denken over de bomen zonder ze te willen controleren. Om bezinnend te denken moet je volgens Heidegger, je niet laten beperken door één idee, of door een vaste reeks aan gedachten, maar je moet openstaat voor gedachten die in eerste instantie niets met elkaar te maken lijken te hebben.
Wanneer Heidegger het over techniek heeft, noemt hij het tegelijk ‘ja en nee’ zeggen tegen de dingen. De techniek mag er zijn, maar het hoeft ons niet te consumeren, evengoed niet andersom. De dingen blijven altijd een mysterie, ze laten zich deels zien en deels trekt hun betekenis van ons weg. Bij techniek vergeten we dat vaak omdat je al snel denkt dat iets dat door mensen gemaakt is, ook door mensen betekenis krijgt die dan door mensen volledig bevat kan worden. Als je ooit een mens hebt gemaakt realiseer je je heel goed dat dat niet klopt. Je maakt van alles waar je uiteindelijk heel weinig inzicht meer in hebt. Als voorbeeld gebruikt Heidegger atoom energie, in een tijd dat niemand nog wist wat daar precies mee kon gebeuren en of het eventueel de ondergang van al het denken en de denkende wezens erbij zou betekenen, is het een mooi voorbeeld.
Het is duidelijk door mensen bedacht, door mensen gemaakt maar door geen mens te overzien wat de betekenis zal zijn. Het toont zich aan ons, en trekt zich steeds tegelijkertijd terug. Het mysterie, het bezinnend denken en Gelassenheit hebben allemaal met elkaar te maken. Openstaan voor het mysterie kan niet als je calculerend denkt, en om bezinnend te denken heb je een houding van Gelassenheit nodig. De wereld niet willen controleren maar wel willen overdenken. Het zijnde zo’n beetje aan het zijn laten.
Goed, even weg van de tekst en atoombommen en richting mijn medicijn tegen verzuring. Deze Gelassenheit van Heidegger is dus niet onverschillig zoals mensen dat vaak negatief bedoelen. Het is niet alsof je je schouders ophaalt en je helemaal niet meer bekommert. Het is een vorm van mijmeren, je de dingen wel aantrekken maar ze niet willen veranderen. Wellicht is dit ook wel wat de Dalai Lama bedoelde, maar bij hem was er toch ook een bepaalde doelmatigheid, het leren geduldig te zijn is ook een doel. Wanneer je iemand of iets ziet als middel om jouw geduld te leren dan zit je toch weer een beetje op dat calculerende pad geloof ik.
Maar hoe moet je nu zo’n open houding houden die actief is, maar niet dwingend? Heidegger schrijft in principe geen zelfhulpboeken zoals Glennon Doyle dat doet, dus je krijgt geen zeven stappen tot meer Gelassenheit in je dagelijks leven aangeboden. Hij zegt bovendien niet dat je bezinnend móét denken, maar wel dat iedereen het kan. Dat is geruststellend.
Wanneer ik ruzie met Meneer Sjoemel heb gaat het meestal zo dat hij iets vreemds doet, iets wat ik nooit zo zou doen, of laten. En dan vraag ik: Waarom doe je dit zo?
Laatst beloofde hij mij bijvoorbeeld de planten water te geven. Ik wachtte een week, twee weken, drie weken… De eerste planten begonnen af te sterven, ik zag de aarde als een ingedroogd sponsje samentrekken, aan de randen van de potten kwamen ravijnen. Ik zag bladeren geel kleuren, toen bruin, toen vallen. Tot ik de planten water gaf. Ik wilde geen ruzie maken, ik had helemaal geen zin om hem op te voeden. Maar ik vroeg hem wel: Waarom beloof je het en doe je het dan niet?
Voor hem is mijn “waarom” een trigger, hij raakt in paniek, hij denkt dat ik een goede reden wil. Hij probeert iets te verzinnen, liegt, loopt weg, wordt boos… Ik denk dan: Ik was toch alleen geïnteresseerd in wat er gebeurde, hoe we het misschien in het vervolg zouden kunnen voorkomen of dat er iets anders aan op te lossen is… ik zit tegen die tijd met mijn hoofd al bij bewateringssystemen. Ik denk dan dat ik bezinnend ben, gewoon geïnteresseerd. Maar dat is natuurlijk niet zo, mijn doel is calculerend en dat voelt hij. Uiteindelijk wil ik hem niet alleen begrijpen als een soort interessante boom, maar ik wil hem begrijpen, bevatten en misschien toch ook veranderen.
In zo’n situatie zou een meer bezinnende houding mij veel meer van pas komen. Maar dat is lastig, steeds opnieuw denken: dit is Meneer Sjoemel, en ik wil hem leren kennen, misschien zelfs enigszins begrijpen maar hem niet veranderen. Ik mag verbaasd zijn over hoe hij met planten om gaat, of afspraken in het algemeen, ik mag me verwonderen tot ik een ons weeg, maar het zou goed zijn als ik me niet laat ophitsen. Hem niet hoef te veranderen, maar me in zekere zin onverschillig kan opstellen. Meneer Sjoemel mag een mysterie blijven, hij toont zich en trekt zich altijd terug. En als ik eerlijk ben zijn er weinig mensen zo mysterieus voor mij als mijn eigen man. En dat al bijna tien jaar. En hoewel liefde twee mensen naar elkaar toe trekt, is er toch ook een soort gat nodig, een ruimte die je wil dichten maar die blijft. Want verlangen kan toch alleen naar wat je niet al volledig bezit? En dat hele mysterie, zelfs het mysterie van de planten water geven, dat zorgt er wel voor dat ik na al die jaren nog steeds naar mijn man kan verlangen alsof we pas net samen zijn. In die zin is verbazing voor mij een stuk beter dan verveling. Verlangen beter dan bevatten. Misschien doen we het dan toch zo slecht nog niet.