Stukje 3 - Sorry-Sjaak

Het risico als je over verzuring schrijft of denkt is dat het al snel een beetje een misogyne randje krijgt, het is bij uitstek een woord dat we voor vrouwen gebruiken. Heksachtige vrouwen, boze stiefmoeders, al dat soort stereotypes. Dus om daar een beetje tegenwicht aan te geven zal ik nu vertellen over mijn benedenbuurman Sjaak. Of, zoals mijn oudste kind hem leerde kennen: Sorry-Sjaak. 

Ik woonde boven Sorry-Sjaak toen ik nog in Amsterdam woonde. In een klein appartement met in theorie maar één slaapkamer. Er zijn momenten geweest dat we zeiden dat het er drie waren, maar daar had je wel enige fantasie voor nodig. Mijn moeder kocht het toen we uit ons huis werden gebonjourd door de vader van het gezin waarmee ik opgroeide. Aangezien hij het ooit gekocht had en wij van hem huurden, kon hij dat uiteindelijk doen. Na jaren stress en gedoe was het dus tijd om te vertrekken, de woongroep viel uiteen. Mijn broer was al uit huis, maar ik woonde nog grotendeels bij mijn moeder. Ik was deels wel uit huis omdat ik was gaan kraken met een middelbare schoolliefde, maar dat is weer een heel ander verhaal. 

Mijn moeder kocht dus dat appartementje, dat toen al heel duur voor haar was, maar nu een klein fortuin op zou leveren. En dat werd onze nieuwe thuisbasis. Niet alleen voor mij en haar, maar er zijn behoorlijk veel mensen die dat huis ooit thuis hebben genoemd. Het is een soort aanloophuis voor mensen die eigenlijk niet echt veel andere problemen hebben dan de woningmarkt. Voor mensen met zoiets vervelends als cultureel kapitaal. Zangers, dichters, advocaten. Zelfs een toekomstig diplomaat heeft erin gezeten. Inmiddels zit mijn brus er. Die is universitair docent in Leiden en heeft kort geleden de liefde gevonden in een vriendschap met een schrijfster. Ik kan er niet veel meer over zeggen dan dat ik groot fan van beide ben en de combinatie me erg gelukkig maakt. Ik kan er eigenlijk wel veel meer over zeggen, ik kan over alles veel meer zeggen. Maar voor nu is dit genoeg.

En ik loop op de zaken vooruit.

Sorry-Sjaak woont daar nog steeds in een vrij groot huis, ik denk, meer dan twee keer zo groot als het appartementje waar ik woonde. Hij woont daar nu alleen, maar eerder met zijn zoon. Die zoon rookt, was verliefd op mijn zus, en ook soms psychotisch. Vooral als hij vergat of verzaakte zijn antipsychotica te nemen. Maar die zoon was niet zuur, al had ik dat ook best begrepen. Zijn vader daarentegen… 

Als je er voor open staat kan je dat verzuren van mensen altijd wel plaatsen, toch zijn er ook steeds mensen in verschrikkelijke omstandigheden die niet verzuren. En toen ik Sorry-Sjaak net leerde kennen had hij ook nog wel verzachtende omstandigheden. Zoals zijn konijn.

In de grote tuin van dat grote huis onder ons woonde zijn konijn, het was een wit konijn dat Sjaak met veel liefde en aandacht verzorgde. Hij zat regelmatig in zijn tuin de bijbel te lezen met zijn konijn op schoot. Sjaak is Jehova’s getuigen, dus dat bijbellezen was een belangrijk onderdeel van zijn dagelijks leven. Ik denk dat zijn zoon geen Jehova’s getuigen is. Dat zal waarschijnlijk ook een verzurend element zijn. Op een dag stierf het konijn. Voor die dag was Sjaak al vervelend, maar daarna is hij wel in een andere versnelling door geacidiceert. Ik heb regelmatig overwogen om vanaf mijn balkon stiekem een nieuw wit konijn in zijn tuin te laten zakken. Om zijn leven weer zin te geven. Je moet ook niet altijd afwachten tot God het doet. Maar elke keer bleef ik haken bij de ethische vragen rondom het spontaan schenken van een dier. En dan ook nog de praktische overweging hoe je zo’n konijn veilig beneden krijgt en dat hij dan wel het mandje, of kratje nog zelfstandig kan verlaten.

Sorry-Sjaak is een man die terwijl het sneeuwt zijn stoep sneeuwvrij maakt. En dan heel precies kijkt tot waar het zijn stoep is en vanaf waar de mijne. Hij trok een kaarsrechte lijn en begon langzaam en precies zijn stukje helemaal sneeuwvrij te maken. Alle kinderen uit de buurt moesten van hun slee af om langs de deur van Sorry-Sjaak te komen. 

In de herfst moesten de blaadjes natuurlijk van de stoep, maar daartussen vond hij regelmatig sigarettenpeuken. Dan belde hij bij ons aan om het te hebben over de gevonden sigaretten. Die peuken waren van zijn zoon, die altijd buiten op straat moest roken. Ik gok vanwege Jehova of misschien gewoon vanwege Sjaak. De zoon mocht ook niet in hun tuin roken. Misschien is het konijn wel gestikt in een sigarettenpeuk. Dat zou wel het een en ander verklaren. Of misschien wist Sjaak niet dat zijn zoon peuken op de grond liet vallen, of wilde hij er niet aan denken dat zijn bloedeigen zoon zo’n kwalijke peukenwerper was… 

Ik schreef dat hij kwam praten, maar meestal ging het al snel richting schreeuwen. Schreeuwen terwijl hij met een vies oud peukje tussen zijn wijsvinger en duim geklemd vervaarlijk zijn hand heen en weer zwaaide.

Hij belde ook aan als we geluid maakten. Heel willekeurig, soms kon je midden in de nacht de muziek aan hebben en andere keren stond er om half negen ‘s avonds een laaiende Sjaak voor je deur omdat we met onze peuter een klein dansje deden. 

Toen ik eenmaal twee kinderen had, verergerde Sjaak, die kinderen namelijk, maakte geluid. En nog wel midden op de dag. Zelf ben ik van mening dat als je in Amsterdam woont, je met geluid om moet kunnen gaan. Ik begrijp dat daar grenzen aan zitten, maar een baby en een peuter moet je kunnen hebben. Sjaak vond dat je kinderen ook zo op kan voeden dat ze stil zijn. Dat heeft hij me ècht verteld. Dat ik mijn kinderen zo op moest voeden dat hij ze niet zou horen. Hij heeft me ook een keer verteld dat ik een klok voor mijn hond moest ophangen en dan aan moest wijzen hoe laat ik thuis zou komen. Weinig besefte hij dat ik zelf niet eens kan klokkijken, laat staan mijn hond.

Een van de grote problemen voor Sorry-Sjaak was dat mijn oudste kind leerde lopen en daar soms een krukje voor gebruikte. Dat maakte een geluid over de vloer. Niet een heel dramatisch geluid, maar wel èèn geluid. Dan kon je een paar tellen wachten en belde Sjaak aan, woest. ‘Het geluid’ was terug, ik had al heel vaak uitgelegd dat we in dat mini appartementje woonden met twee kleine kinderen en dat die nou eenmaal soms een geluid maken, maar dat was geen excuus. Hij werd knalrood en schreeuwde in het wilde weg. Dan moest ik even wachten en de deur zonder verder gesprek weer dicht doen. 

Toen het zomer was speelden mijn kindjes soms op ons kleine balkon. Het is misschien ook goed om te weten dat dit alles in corona tijd afspeelde en we verder weinig opties hadden. Mijn oudste liet af en toe per ongeluk een speelgoedje door de spijlen vallen. Dan viel het in de tuin van Sorry-Sjaak. Ik moest dan bij hem aanbellen. 

‘Dag Sjaak,’ begon ik zo opgewekt als ik kon.

‘Ik weet waarvoor jij komt’ zei Sjaak onheilspellend.

Mijn peuter stond naast mij, wankel op diens benen, bang om iets verkeerds te doen. Hen kende toen nog helemaal niet veel woorden. Maar Sjaak keek hen lang en nors aan ‘Heb jij nog iets te zeggen?’ zei hij dan. De grote bruine ogen van mijn kind trilden een beetje. Dan zei hen bedeesd: ‘Sorry-Sjaak.’

Sjaak sloot af met zoiets als ‘ik had wel dood kunnen zijn’ en dan gaf hij het speelgoedje terug. Dit hele riedeltje heb ik precies zo vaak moeten doen dat mijn kind nog steeds denkt dat die buurman daadwerkelijk Sorry-Sjaak heet. Ik heb dat ook niet meer verbeterd. Mevrouw Dribbel en Sorry-Sjaak zullen precies zo de geschiedenis ingaan als trillende kinderogen ze onthouden.

Als peuters denken dat je eerste naam Sorry is, dan ben je zuur. En hoewel ik denk dat het dode konijn, de zoon met psychoses, de sigarettenpeuken, de sneeuw op zijn stoep, de herfstblaadjes, het eeuwige bijbellezen en dan ook nog de speelgoedjes die uit de hemel kwamen vallen allemaal verzachtende omstandigheden zijn, blijft Sjaak flink verzuurd.

Geert Wilders, Johan Derksen, Prem Radhakishun… er zijn allerlei verzuurde mannen. Ik denk dat we door verhalen over heksen en de trope van de boze of hysterische vrouw zijn gaan geloven dat het een vrouwelijke eigenschap is. Maar verzuring, dat is echt nou echt genderneutraal.

Vorige
Vorige

Stukje 4 - De Dalai Lama

Volgende
Volgende

Stukje 2 - verzuring