Stukje 2 - verzuring
Als ik aan verzuurde mensen denk die ik in mijn leven ben tegengekomen, waren ze allemaal volwassen. Het is een toestand die kinderen gewoon nog niet kunnen bereiken. Dat is dan ook alvast één van de ontzettend prettige dingen aan kinderen. Misschien heeft het iets te maken met rotting, en dat daar nu eenmaal tijd voor nodig is.
Een van de eerste mensen die ik tegenkwam die ik echt als zuur zou omschrijven was Fräulein Jolanda. Ik zat op een Vrije Basisschool, dat is een school waarbij de onderwijsmethode is gebaseerd op de antroposofie van Rudolf Steiner - racist en gewoon ronduit sektarisch mafklapper. Hoewel het belangrijk is te benoemen dat de grondlegger geen schoolvoorbeeld is, heb ik wel sympathie voor wat ze op veel vrije scholen proberen te doen. Ik zou zeggen dat in de basis, het idee is dat kinderen niet alleen uit hersenen bestaan, maar ook uit een lichaam en een hart of een ziel of iets dergelijks. En dat je daar als school ook wat mee moet. Ik leerde dus naast rekenen en taal ook met mijn handen houtbewerken, hoe de geur van gesmeed ijzer ruikt, hoe de vonken springen als de smid slaat. We leerden ons daar volledig te verwonderen, over de sterrenhemel, de oude Grieken, de Noorse mythen en de hele natuur.
Of misschien verwonderen kinderen zich vanzelf volledig en leerde ze het ons gewoon niet zo snel af.
Ik heb sowieso het idee dat goed opvoeden in de eerste jaren vooral betekent dat je het afleren moet laten. Kinderen zijn van zichzelf tamelijk geweldig. Of misschien is dat specifiek voor die van mij, dat weet je natuurlijk nooit.
Hoe dan ook, op die basisschool kreeg je ook Frans en Duitse les vanaf de eerste klas, dat is groep drie. De juf die Frans gaf was alleen helaas vertrokken. Het gerucht ging dat de klas van mijn broer haar verjaagd had. Ze had een naam, een echte mensennaam. Maar ik ken haar alleen als Marcelle Poubelle. Ik zou niet weten of ze echt Marcelle heette, Poubelle is de achternaam die mijn broer’s klas haar had gegeven. Prullenbak in het Frans.
Ze was (naar horen zeggen) heel naar geweest tegen bepaalde kinderen in de klas, waarna de hele klas als één front in opstand kwam. Niet lang daarna is Marcelle Poubelle vertrokken. Een droevig verhaal, maar ook wel interessant hoe de klassikale solidariteit zo aangewakkerd werd door een nare autoriteit. Een vorm van klasse bewustzijn waar we wel lering uit kunnen trekken op grotere schaal.
Dit alles alleen om te zeggen dat wij dus geen Franse les kregen. Ik geloof zelfs niemand meer daarna. Maar wel Duits, van Fräulein Jolanda. En iedere les die zij binnenkwam moesten we allemaal opstaan en in koor zeggen: Guten Tag, Fraulein Jolanda. Dan zei ze poeslief: Guten Tag, liebe Kinder. Maar ze vond ons niet lief, ze vond ons dom. Of in ieder geval vond ze mij echt een misbaksel van de natuur. En dat voelde ik elke keer dat ze haar meewarige blik over mijn gepijnigde gezicht liet glijden.
Één van de dingen die Fraulein Jolanda ten opzichte van mij niet mee had, is dat ik echt niet goed was in Duits. Ik ben dyslesctisch moet je weten, en ik ben eigenlijk al niet zo goed in Nederlands. Maar van Duits begreep ik al helemaal weinig. Dus wat dat betreft stond ze al 1-0 achter. Toch had ze niet zo zuur hoeven zijn. Ze had me ook kunnen leren wat Fingerspitzengefühl betekent, of Fernweh of Weltschmerz en ik weet zeker dat ik dan wel het nut van de Duitse taal had begrepen. Maar Fräulein Jolanda leerde ons in koor doen alsof we haar aardig vonden, en ze leerden ons stil zitten, handen op de tafel, blik op oneindig.
Het enige moment dat ik wist dat ze een echt mens was, dat de verzuring nog niet volledig was voltooid, was toen ze op een dag vertelde over de val van de Berlijnse muur. In haar ogen glansde de pijn en de moed van wie ze ooit was geweest, van haar gescheiden geschiedenis. Ik zag op haar gezicht dat ze, toen de muur viel, gehuild had. Ik zag nog altijd de reflectie van opluchting om haar lippen.
Maar al dat menselijke ging verloren toen ik in de tweede klas van de middelbare school zat en voor het eerst langs mijn basisschool ging om mijn eigen lieve juf weer eens te bezoeken. Op het schoolplein kwam ik Fräulein Jolanda tegen, ze sprak me aan.
‘Wat doe jij hier?’ vroeg ze, alsof ze bang was dat ik plots toch terug naar de basisschool zou komen.
‘Ik kom op bezoek’ zei ik. Ik wilde weglopen, maar ze vroeg me ‘wat doe je nu dan?’ Ik vertelde haar dat mijn brugjaar erop zat en dat ik naar het VWO ging. Ze keek me recht in mijn ogen aan en zei toen: ‘Nou, wie had dat gedacht?!’
Het was niet liefdevol, of zo van: goed dat je zover bent gekomen, het was vol verbazing. Onbegrip over dat iemand zo nietswaardig als ik toch nog naar het VWO kon gaan. En alsof je dan wel opeens wèl waarde hebt. Als ik eraan terugdenk ben ik nog verbaasd, wie zegt zoiets tegen een kind van dertien? Zij mocht mij, net zo goed niet, als ik haar. Maar mijn rotting was nog lang niet in gang gezet, die van haar al bijna voltooid.
Tot zover Fraulein Jolanda. Ook zij zal wel redenen hebben gehad om zo te worden. Zelfs zij heeft een geschiedenis. Misschien was de klas van mijn broer ook niet al te vriendelijk tegen haar geweest. Dat is wel een risicofactor. Misschien ging haar man vreemd, misschien was haar familie wreed, misschien had ze chronische pijn. Ik weet het niet. Misschien, en dit zou heel goed het probleem kunnen zijn: was iedereen vergeten haar verwondering ongeremd te laten.