stukje 10 - Afstand
Afstand is een van de belangrijkste dingen die je nodig hebt voor een gelukkig leven, gok ik zo. Afstand en water. En dichtbijheid, dat ook. En dat maakt het dan ook meteen weer een beetje ingewikkeld.
Een vriendin stuurde me een signaaltje dat haar baby nog steeds niet slaapt ‘s nachts. Ze is naar Rome om naar eigen zeggen: haar kind de oudheid te laten zien en vice versa. Een geweldige reden om met een kindje van 6 maanden naar Rome te gaan terwijl je al zes maanden niet slaapt. Gewoon echt, bijna nooit slaapt. Het helpt dat ik met mijn eerste kindje redelijk in hetzelfde schuitje heb gezeten. Ik begrijp haar heel goed als ze soms schrijft dat ze het allemaal niet meer aan kan, en op een ander moment schrijft dat ze er stiekem ook wel dankbaar voor is. Dankbaar voor de nachten samen met haar kleine meisje, dankbaar dat haar kindje nu nog zo dichtbij haar wil zijn. Dankbaar zelfs, omdat ze zo radicaal slecht slaapt dat het eigenlijk ook geen reet uitmaakt of je naar Rome gaat of je hele leven uit de drie saaiere R’en laat bestaan. - Rust, Reinheid en Regelmaat. Een magische drie eenheid waar veel moeders op fora bij zweren. Ik geloof zelf wat kinderen betreft meer in de vier V’s: Verwachtingloos, Verwonderen en Water dus. (Je zou kunnen zeggen dat water niet met een v geschreven wordt, maar je zou ook kunnen zeggen dat water met twee v’s heel dicht op elkaar geschreven wordt.)
Verwachtingloos omdat je, ook al slaap je vandaag vier uur achter elkaar door, je nooit mag verwachten dat dat morgen ook zo zal zijn. Maar ook omdat je geen idee hebt, als je aan kinderen begint. Gewoon geen idee, en alles wat je verwacht kan anders lopen, en als je daar dan teleurgesteld over raakt dan gaat het mis bij de tweede V, namelijk: Verwonderen. Als je erg goed bent in met kinderen omgaan en baby's overleven, dan ben je volgens mij goed in verwonderen. Je verwondert je over de zoveelste nacht dat zij weer geen slaap nodig blijkt te hebben terwijl jij op instorten staat, je verwondert je over dat ze na vijf voedingen binnen twee uur nog dorst heeft, over dat ze wanneer ze leert rollen alleen nog maar wil rollen, of dat hen na twee jaar nog absoluut geen zin heeft om te lopen… Maar ook steeds over haar lachje, of diens prachtige ogen, over dat je ooit samen in één lichaam, twee mensen was. Over dat er een heel leven voor je ogen uit rolt. Over hoe klein een vingernagel kan zijn, of hoe een kind een letter leert. En zo lang je je verwonderd sta je het kind denk ik ook toe om zichzelf te zijn, of te worden, of steeds een veranderend mensje te zijn. En wat is er heerlijker dan dat je niet altijd maar vastzit aan wie je was. Ik vind het zelf erg benauwend als mensen hun visie op mijn verleden gebruiken om mijn toekomst af te kaderen. Je bent denk ik een hele goede ouder als je de toekomst voor je kindje open kan laten, wanneer je je steeds laat verrassen en verwonderen. En niet alleen een goede ouder, in vriendschap of als kind richting je ouders of tegenover je collega’s, het is altijd aardig om mensen niet al te veel op hun verleden vast te pinnen.
Maya Angelou zei: When someone shows you who they are, believe them the first time. En dat hoor ik ook best vaak terug, in reality tv die ik kijk of in praatprogramma’s of gewoon in gesprekken met vrienden. En het voelt wel logisch, ik kan me ook allerlei momenten in mijn leven herinneren waarop ik dat misschien ter harte had kunnen nemen. Maar het is ook een beetje gemeen. Mensen kunnen van alles laten zien, en het is ook goed over het algemeen om mensen te geloven, maar het stoelt op het idee dat mensen zichzelf veel beter kennen dan de mensen om hen heen en daar geloof ik dan weer niet zoveel van. Ook bij zelfkennis is een beetje afstand eigenlijk wel handig. Het overkomt me redelijk vaak dat mijn vrienden eerder doorzien waar ik mee bezig ben dan dat ik het zelf kan plaatsen. En daarnaast, als iemand laat zien wie hen is, dan mag je dat misschien wel geloven, maar het is wel aardig om dan later ook weer te geloven dat iemand kan veranderen. En dat bedoelt Maya Angelou, geloof ik niet. En het lijkt er ook op dat ze het vooral negatief bedoelt, dus wanneer iemand zegt: ik ben een eikel, dan moet je dat meteen geloven. Maar wat als iemand zegt: ik ben heel lief. Mag je dat dan ook meteen geloven? En zijn het dan niet vaak de eikels die zich juist de eerste keer voordoen als lieverdjes? Oprah Winfey heeft er in ieder geval veel aan gehad, dus dat is mooi. Als je zou willen weten of ik een goed of een slecht mens ben dan zou ik je het antwoord schuldig moeten blijven, wie weet zoiets nou van zo dichtbij? Als je aan mij vraagt wie ik ben, zeg ik alleen: ik doe mijn best. En dat is denk ik, soms ook wel waar.
En dan nog de laatste twee V’s, ofwel: Water. Nou wil ik mensen niet allerlei opvoedingstips geven, of doen alsof ik het nou zo goed weet, want ik maak echt heel veel fouten. Gewoon iedere dag opnieuw. Maar één ding weet ik wel: Bij twijfel, voeg water toe.
Dit is het recept voor een fijne dag met ieder kind.
Deze les begon toen mijn moeder mij ooit vertelde dat ze mij als kind eens met kleren en al onder een koude douche heeft gezegd. Omdat ze zo wanhopig werd van mijn woedeaanval, en ik zo ontzettend niet aan het kalmeren was, dat ze geen andere optie meer zag. Later toen ze dit met een vriendin van haar deelden zei zij: ‘Dat is prima, maar beter warm water de volgende keer.’ Dat vond ik goed advies. En ik ben het eens gaan testen.
En wat blijkt: water in allerlei verschillende vormen zorgt in allerlei verschillende situaties dat alles goed komt. Is het bijvoorbeeld een hele hete zomerdag en is iedereen overstuur: Laat ze spelen met water, in de tuin, aquaplay, een opblaasbadje of gewoon een kopje water op het keukenzeil. Maakt in principe niks uit. Op een druilerige herfstdag waarin iedereen zich verveelt: geef ze een pan water en zeg: maak een heksenprutje. Op een ijskoude dag, midden in de winter: sneeuwballen, warme thee, sleeën of een heet bad. Is je kind ongelooflijk overstuur: een warme douche. Wat je ook doet, water toevoegen helpt eigenlijk altijd. Het werkt verdunnend. Dat is dan wel weer met een v. Alle emoties, hoe vurig ook, worden met water aangelengd en afgespoeld. Daarom zwem ik ook elke week. Mijn emoties moeten erg aangelengd worden om voor mijn omgeving ook dragelijk te blijven. Op het land kook ik veel te snel droog. Soms is er stilstaand water nodig, soms drinkwater, soms stromend water, soms ijs, maar als je nou als ouder echt heel erg met je handen in het haar zit, is water toevoegen eigenlijk altijd een goed begin.
Ok, tot zover dit gedoe over kinderen, nu even terug naar de baby die aan de oudheid wordt voorgesteld en vice versa. De moeder van dit kindje, mijn vriendin sinds de tweede klas van de middelbare school, heeft een geweldig kindje, een kindje dat houdt van dichtbijheid, van altijd tegen haar aan, van alles samen, van altijd wakker. Een kind dat verslingerd aan haar moeder en het leven is. En dat is mooi. En slopend. Maar omdat het de vriendin lukt om afstand te creëren van de feiten zoals ze zich heel direct aan haar voordoen, kan zij dit alsnog aan. Ze zoomed uit, ziet in haar toekomst haar kindje opgroeien, weet dat er een dag zal zijn dat ze niet meer bij haar moeder wil liggen in de nacht, ze weet dat er een dag zal zijn dat ze weer doorslaapt, dat er zoveel nachten komen dat ze weer doorslaapt dat ze deze nachten nog gaat missen. Ze ziet het verhaal van het leven met haar dochter alvast van een afstandje. En van een afstandje worden veel dingen mooier. Van een afstandje kan je missen, verlangen, beschouwen en verwonderen. En die afstand kan fysiek zijn, je kan naar Schotland om je kinderen te missen, je kan naar Gent om je man te missen, je kan naar Sardinië om je thuis te missen. Je kan in de lucht de grond missen, op de zee- het land. Je kan afstand nemen, maar dat kan in principe ook van vlakbij. Zoals mijn vriendin afstand neemt van de slapeloze nachten met haar kindje die absoluut geen afstand behoeft. Niet door weg te gaan, maar door naar de toekomst te kijken, en alvast iets van de afstand te voelen die er ooit komt, en met dat gevoel nu nog even heel dichtbij te willen zijn.