stukje 9 - Arendt & Alyssa
Arendt:
Terug naar het ex vriendje dat na wat denken toch links werd. Er staat dus iets op het spel als je met denken begint, je moet bereid zijn comfort en veiligheid tot op zekere hoogte op het spel te zetten. Het gedachteloos meebewegen met de menigte en wat er van je verwacht wordt kan je ontzettend ver brengen. Een van de mensen die het op deze manier ver heeft geschopt is Otto Eichmann, die er volgens Hannah Arendt ‘Nooit bij [heeft] stilgestaan wat hij eigenlijk deed.’ Ze schrijft over zijn proces en hem als persoon: ‘Hij was niet dom, Het was in zekere zin pure gedachtenloosheid - heel iets anders dan domheid - die hem ervoor predisponeerde een van de grootste misdagdigers van zijn tijd te worden.’ Eichmann boog zich tijdens zijn carrière over de organisatorische kant van ‘het jodenprobleem’. Hij dacht na over transport, methodes van massamoord, procedures en dat soort zaken. Instrumenteel, structureel, uitvoerend. Hij was, althans als we Arendt mogen geloven, gedachtenloos.
Er zijn ook mensen die zeggen dat dit allemaal een toneelstuk van Eichmann was, dat hij in wezen een nazi was in hart en nieren, met een echte passie voor zijn vak. Niet alleen gedachteloos, maar actief bezig met de kwestie.
En andere die zeggen dat hij evengoed alle roodharige had kunnen uitmoorden, of alle mensen wiens achternaam met een K begon, om aan te tonen dat het banaal was, dat hij geen werkelijke gedachten had behalve overleven of zelfs floreren binnen een bureaucratisch, nazistysch systeem.
Voor mij is het onderscheid eerlijk gezegd niet helemaal duidelijk. Omdat het stoelt op het idee dat er zoiets bestaat als echte jodenhaat. Dat er mensen bestaan die echt alle joden haten. Buiten dat niemand alle joden heeft ontmoet is er ook weinig dat alle joden met elkaar verbindt. Natuurlijk kan je het hebben over het jodendom als religie, of over breder gedragen joodse tradities, maar ik durf met zekerheid te zeggen dat er niets is dat alle joden met elkaar delen, behalve dat het mensen zijn. Maar goed dat zijn de nazi’s in de basis ook.
Niemand haat De Jood, omdat De Jood evenmin bestaat als De Vrouw, De Man, De Nederlander of De Christen. De vraag is dan dus of zo’n nazi in hart en nieren ècht kan bestaan of dat het probleem van de nazi zich steeds verwoord als jodenhaat, maar in weze een veel ingewikkelder systeem van verschillende gedachten, angsten, overtuigingen en woede is. Dit lijkt misschien een flauw taalspelletje maar als het gaat over of Eichmann een echte nazi was of een gedachtenloos figuur dan is het wel van belang of daar überhaupt een onderscheid tussen te maken is.
Het feit dat je alle joden wil uitroeien om je eigen problemen op te lossen maakt je verschrikkelijk, en dat type verschrikkelijke mensen, noemen we nazi’s. Maar, en dit zal voor veel nazi’s misschien een schopje tegen het zere been zijn, ik geloof niet dat we kunnen zeggen dat iemand alle joden ècht haat. Ze willen graag dat we dat geloven, maar ik gun het ze niet. Evenmin haat niemand alle vrouwen, alle Marrokanen, alle moslims, alle homo’s… Ze zijn allemaal bang, opportunistisch, verschrikkelijk en eventueel gedachtenloos. Ze haten vast en zeker hun idee van de Jood, en misschien zou dat dan net zo goed geplakt kunnen worden op de roodharige of mensen wiens achternaam met een K begint, de vraag die overblijft bij Eichmann is misschien of het überhaupt om haat ging of om gemak. Om de gedachten of het gebrek eraan.
Maar Hannah’s versie van Eichmann is een goed voorbeeld van het gevaar van Das Mann, de gedachteloosheid en in zekere zin de pure en fanatieke burgerlijkheid. Ik blijf achter met twee vragen: wat is nu het verschil tussen de onverschilligheid waar ik zo enthousiast over was in het vorige stukje en de gedachteloosheid die ik nu voorzichtig aan genocide verbindt? En daaruit volgend, hoe zorg ik dat ik onverschilligheid koester zonder in gedachteloosheid te vervallen?
En nog een vraag daarna, wat is het medicijn tegen de burgerlijkheid? Want alleen zeggen waar je van weg moet blijven helpt natuurlijk zelden, de belangrijkste vraag is dan: waar moeten we naartoe bewegen?
Alyssa:
Wat is nou het verschil tussen Gelassenheit, of hoe ik het noemde: onverschilligheid en gedachteloosheid? En hoe beweeg je richting het ene en weg van het andere? Bij onverschilligheid moeten we denken aan bewust loslaten, niet willen beheersen, niet willen gebruiken of veranderen en met een open houding ontvankelijk zijn voor het zijnde. Maar geconcentreerd, bijeengeraapt en aandachtig. Bovendien leren we van Heidegger dat het calculerend denken niet afgeschaft moet worden, we moeten alle vormen van denken beschermen. We betrekken ons dus steeds op de wereld, maar niet altijd vanuit een houding van controle en beheersing.
Bij gedachteloosheid moeten we denken aan een onbetrokken houding, een inactieve manier van zijn, dat we afwezig of automatisch ons leven lijden. Dat we ons ten opzichte van de wereld routinematig gedragen. Dat we moreel afstandelijk zijn.
Onverschillig zijn is belangrijk in persoonlijke relaties, ik moet mijn schouders durven ophalen wanneer Meneer Sjoemel zich in mijn ogen heel vreemd gedraagt. Wanneer alle sokken in verkeerde lades belanden, wanneer iemand in het verkeer mij afsnijdt of een vreemde me een domme trut noemt omdat ik oversteek.
Nu heb ik een aantal weken gedaan over teksten van Heidegger en Arendt lezen en letten op het verschil in mijn dagelijks leven. Er zijn me daarbij een paar dingen opgevallen. Zo gaat het mij veel makkelijker af bezinnend te zijn wanneer een vreemde mij uitscheldt. Ik kan niet zeggen dat ik er goed in ben, maar ik zie wel dat ik het steeds beter leer. Dat ik in het verkeer nu vaker denk: Goh, wat zou er met die persoon aan de hand zijn dat hij zo boos op me wordt? Of: zou die bestuurder verschrikkelijke haast hebben of altijd zo rijden? Dan dwalen mijn gedachten af, of mee met het onderwerp. Dan denk ik over verschillende redenen om haast te hebben, dan denk ik over haast, over rust, over dat je nooit weet waarom iemand raar rijdt. Over raar rijden, over cultuurverschillen in raar rijden. Dan overdenk ik het hele gebeuren rustig en geconcentreerd. Op die momenten lukt het me de mensen niet te willen veranderen, niet eens echt persoonlijk te willen begrijpen, maar te overdenken.
Zodra het persoonlijker wordt, bijvoorbeeld iemand waarom ik geef, wordt boos op me of doet iets dat mij kwetst, dan raak ik het weer kwijt. Dan wil ik het nog altijd eerst begrijpen, maar steeds met een doel. Dan wil ik ze veranderen, of de situatie oplossen, of al denkend een uitweg uit mijn eigen ongemak vinden.
Ik had laatst een gesprek met Alyssa en met Zee, en zij leren mij van alles. Zee woont op een boot en met Alyssa date ik. Maar daarbij zijn het vooral hele goede vrienden in Leeuwarden. Ze leren me onder andere hoe je vragen kan stellen. Ik stel eigenlijk wel vragen, aan mezelf en aan iedereen die ik maar tegenkom, over hun leven, hobbies, gevoelens, families en ga zo maar door. Maar ik stop met vragen stellen als ik vind dat iemand domme, stomme of gemene dingen zegt. Dan schakel ik over op meningen geven. Op zich geen probleem dat ik dat zo aanpak, vind ik. Maar vaak leidt het niet echt tot het gewenste effect. Want als je geïnteresseerd vragen kan stellen, dan wordt de hele situatie wat minder aanvallend. En nu ik dit dus observeer en oefen merk ik dat mensen soms op geïnteresseerde vragen ook best interessante antwoorden hebben. Zelfs als ik ze al had afgedaan als dom en stom.
Maar waar ik heen wil is dat ik in mijn relatie zodra het mis gaat wel heel erg vaak ‘Waarom?’ vraag. Ik heb het idee, en het idee dat dit een misvatting is, maar toch heb ik het idee, dat ik pas een gesprek met Meneer Sjoemel kan hebben als ik hem begrijp. Stel hij heeft bijvoorbeeld iets belangrijks verzaakt. Dan vraag ik mij heel ernstig af WAAROM? Ik denk dan in razendsnel tempo na of hij het vergeten is, of ziet hij het belang er niet van in? Of had hij verwacht dat ik het zou doen? Of had ik het ook echt moeten doen? En als ik het niet bij mezelf kan vinden dan roep ik weer WAAROM? En dan denk ik aan hoe zijn vader vroeger tegen hem sprak, dat hij kleinerende dingen zei, en aan zijn moeder die vond dat er nooit iets met hem mis was. En hoe hij daartussen moest navigeren, tussen perfectie en mislukking, en dat je daarvan soms misschien hele belangrijke dingen niet meer doet, en als ik er dan nog niet uitkom, roep ik weer WAAROM?
Nou dacht ik eigenlijk, dat dit best goed van mij was. Omdat ik bij vreemden, wanneer ze domme of stomme dingen zeggen, gewoon stop met vragen stellen, maar bij Meneer Sjoemel alsnog wil begrijpen waarom hij zo doet.
Maar nou blijkt de vraag: ‘Waarom’ precies een vraag te zijn die je eigenlijk niet zo moet stellen. Wist ik veel, ik neem de meeste dingen vrij letterlijk en letterlijk is er niet zoveel mis met ‘waarom’. Maar ‘waarom’ ervaren mensen dus als aanvallend. Dit leerde ik toevallig afgelopen Pasen toen ik met allerlei ouders van school en hun kinderen bij mijn ouders in België logeerden. We hadden daar een gesprek over hoe stellen met elkaar communiceren en waar het dan soms mis gaat. In mijn familie zijn we allemaal behoorlijk letterlijk. Daar gaat het dus meestal mis. In dat gesprek was het voorbeeld dat ik aan Meneer Sjoemel vroeg:
Heb jij de was al opgehangen?
Hij hoort dan zoiets als:
Jij had de was op moeten hangen. of:
Ga de was ophangen.
Vervolgens schiet hij in de verdediging, of hij liegt (hij heet niet voor niets Meneer Sjoemel) en daar raak ik dan zo ontzettend van in de war. Want wat ik eigenlijk bedoelde te zeggen was:
HEB JIJ DE WAS AL OPGEHANGEN?
Een gesprek loopt dan bijvoorbeeld zo:
G: Heb jij de was al opgehangen?
S: Ik wist niet eens dat er een was in zat
G: Huh, dat had ik toch verteld?
S: Nee
G: Hè hoe kan dat nou, ik zou toch zweren dat ik had gezegd dat ik er een was in had gedaan!
S: Maar niet dat hij klaar was
G: Als de wasmachine aanstaat is hij vanzelf op den duur klaar
S: Ik wist toch niet dat ik die op moest hangen?
G: Dat hoeft ook helemaal niet… ik (en op dit punt ben ik meestal al best boos) vroeg me alleen af: HEB JIJ DE WAS AL OPGEHANGEN?
Nou dit soort gesprekken irriteren mij dus mateloos. Ik zou zo graag willen dat de wereld zo werkt dat als ik vraag: Heb jij de was al opgehangen? en het antwoord is: Nee. Dat hij dan zegt: Nee.
En men zegt weleens dat ik een beetje autistisch ben, maar ècht, zou het niet allemaal een stuk simpeler worden als we gewoon serieus nemen wat iemand zegt en niet blijven graven naar extra lagen? Wat taal betreft ben ik geen ui of oger. Wat taal betreft bedoel ik wat ik zeg en zeg ik wat ik bedoel. En natuurlijk verander ik van gedachten, regelmatig zelfs, net als iedereen, en dan zeg ik dat, liefst precies zoals ik het bedoel.
Dus hoewel ik dacht dat ik goed bezig was door niet aan te vallen maar te vragen, zit ik precies in de categorie aanvallende vraag. Wat ik zou moeten vragen is bijvoorbeeld: Wat maakt dat…? Of hoe kwam het dat…?
En met alle gedachten over Heidegger en Arendt kan ik me dit toch wel een beetje voorstellen. ‘Waarom’ heeft in mij natuurlijk ook wel stiekem een connectie met en hoe zorgen we dat het vervolgens veranderd en dat voelt Meneer Sjoemel waarschijnlijk. Dat het me uiteindelijk vooral interesseert hoe zijn gedrag verandert en niet ècht waarom het zo is als het is. In ieder geval niet op dat specifieke moment. Maar uiteindelijk interesseert het me wel, ook om hem te kennen, ook als het nooit verandert.
En aangezien de Dalai Lama vindt dat je best aan de buitenkant mag beginnen, en Alyssa zegt dat je geen ‘waarom?’ zou moeten vragen, en Heidegger zegt dat je niet altijd vast moet zitten in het instrumentele denken, en ik van mijn scriptie begeleider leerden dat onverschilligheid een belangrijk ingrediënt voor een goed huwelijk is, ga ik de volgende keer proberen niet te vragen ‘Waarom?’ maar: ‘Wat maakt dat je dit tering belangrijke ding met je vreemde hoofd nou weer vergeten bent?’
Grapje. Meer zoiets als: ‘Wat maakt dat je de koelvloeistof niet aangevuld hebt?’