stukje 8 - links
Het is niet alleen gevaarlijk voor jezelf of je eigen toekomst om te vervallen in Das Man, maar het kan ook grote maatschappelijke consequenties teweeg brengen. Volgens Hannah Arendt is gedachteloosheid statistisch gesproken de machtigste factor in de menselijke aangelegenheid. Gedachteloosheid, burgerlijkheid en Das Man zijn denk ik in veel opzichten vergelijkbaar. Je volgt trouw, volbrengt je burgerlijke taken en verliest het bezinnend denken. Je staat niet stil, maar beweegt. En niet zomaar in het wilde weg, maar altijd mee. Mee met de groep, mee met het plan, mee in Das Man.
Arendt schrijft dat mensen in veel opzichten gelimiteerd zijn, zoals door de duur van hun leven, de noodzaak tot werk, en het rumoer van het dagelijks leven. Allemaal zaken die erg herkenbaar zijn voor mij en de mensen om mij heen. Toch gelooft ze, net als Heidegger, dat het mogelijk is om boven het alledaagse uit te stijgen. Ten minste, mentaal. Ze geeft ook voorbeelden, hele mooie zelfs: dat we het onmogelijke kunnen willen, en kunnen denken over het onkenbare.
Wanneer we calculerend blijven denken, zoals Heidegger het onderscheid maakt, zitten we altijd tot op bepaalde hoogte vast aan het dagelijks leven en de dingen zoals ze zijn. Maar wanneer we bezinnend denken en ons tijdelijk losmaken van het praktische nut van de dingen, en hoe we ze kunnen gebruiken, dan zullen we niet gedachteloos zijn, maar werkelijk denken. Ik denk dat dat is wat ik doe als ik schrijf, ik vergeet het doel, of heb het niet, ik vergeet de lezers, of ik ben in ieder geval onverschillig ten opzichte van hun meningen of gedachten, ik denk niet aan verkoopcijfers, prijzen, erkenning of geld. Ik denk typend, niet eerst de woorden en dan mijn handen, maar mijn handen denken mee. Ik lees mijn eigen gedachten terwijl ze op mijn beeldscherm verschijnen. Ik ben even verbaasd als ieder ander over de woorden die er uit mijn vingertoppen verschijnen. Ik hou mijn gedachten in zekere zin bijeen, omdat ik er een titel boven heb geschreven, maar ik dwaal in iedere zin af en betrek de wereld net zo goed in mijn schrijven als dat ik mezelf relevant maak voor de wereld. Ik denk dat het fenomenologisch gezien best interessant is hoe ik schrijvend denk. Mijn lichaam denkt echt net zoveel als mijn hoofd, maar alleen als ik schrijf. Normaliter neem ik mijn lichaam helemaal niet serieus genoeg. Maar zoals ik eerder in Eicel schreef: ik zit niet echt lekker in mijn fenomenologie. Ik denk er eigenlijk vooral over na als ik ketamine op heb en dat is nu alweer heel veel jaar geleden.
Ik had ooit een vriendje, die best rechts was toen ik hem ontmoette. Of eigenlijk was hij niet echt rechts, maar had hij er gewoon nooit echt over nagedacht. Hij was tot op zekere hoogte gedachtenloos. Zijn vader was rechts en zijn oma was rechts, zijn halfzussen en zijn nichtjes en neefjes werden rechts opgevoed. Met hem heb ik het niet erg lang gered. Hij was simpelweg gelukkig en ik ben uiteindelijk getrouwd met iemand die als de dood is voor geluk. Hoe dan ook, nadat ik een tijdje met deze jongen aan het daten was, kregen we wat interessante gesprekken. Ik begon hem te ondervragen over zijn politieke ideeën, hij vertelde me dat hij bijvoorbeeld geloofde dat daklozen vooral domme keuzes hadden gemaakt. Ik vroeg of hij dat echt geloofde, of hij echt dacht dat we gelijke kansen hadden toen we geboren werden. Of hij ècht, ècht, ècht dacht dat hij door goede keuzes nooit op straat was beland, of heel misschien ook door goed geluk.
Naarmate onze gesprekken vorderde brak eerst zijn vertrouwen in het kapitalisme, toen de VVD, het kolonialisme, het patriarchaat en tot slot werd hij volmondig links. Hij stemde nooit meer VVD, maar kreeg het zwaar in zijn familie. Hij begon zich te ergeren aan genderpatronen, vooroordelen en racistische uitingen. Sinterklaas lukte niet meer bij zijn familie, gender reveal feestjes, zelfs voetbalwedstrijden en verjaardagen werden ingewikkeld. Hij raakte zijn rol in de familie kwijt, zijn simpele geluk, hij stopte met gedachteloos mee hobbelen, maar verloor daarmee veel meer dan we aan het begin konden overzien. Van de simpele, vrolijke, goedlachse jongen veranderde hij in iemand die zelf echt nadacht, en daarmee brak met wat er van hem verwacht werd.
Nu zou je kunnen denken: stelt Gaia politiek links worden nou echt gelijk aan nadenken? En nee, zo is het niet, je kan natuurlijk evengoed links zijn omdat je familie nou eenmaal links is, dan ben je niet begonnen met denken. Maar als je rechts bent, en je hebt er echt over nagedacht, maar je blijft rechts, dan ben je gewoon gemeen.
Want de basis van rechts zijn is in deze tijd uiteindelijk vooral dat je jezelf en je groep net wat meer gunt dan de rest. Dat je de bungelaars niet wil helpen met omhoog klimmen, maar ze los wil snijden en laten vallen. Soms zelfs dat je trots bent dat je ze tot bungelen hebt gedreven. Uiteindelijk is politiek rechts zijn, en dit vind ik echt, ofwel gedachtenloos, ofwel gemeen. Of het is altijd allebei. En ik weet dat het in deze tijd niet hip is om te zeggen, zelfs een beetje gevaarlijk, maar er is wat mij betreft, wel een goed en een fout in politiek. Zoiets als ‘zoveel mensen, zoveel meningen’ begrijp ik niet. Of althans, ja dat is zo, maar sommige meningen zijn toch wel gewoon kut?
En natuurlijk zijn er gradaties, is het niet alleen zwart wit, en zitten er ook allerlei haken en ogen aan, maar in essentie vind ik politiek rechts zijn niet gewoon een andere mening, maar een slechte mening. Een visie die gericht is op meer geld voor de rijke, minder kansen voor de armen, voor minderheden, voor vluchtelingen. Uiteindelijk ben je gewoon niet zo lief als je vind dat de plek waar je geboren bent je waarde op de wereld mag bepalen. Als je vindt dat ongelijkheid een natuurlijk fenomeen is dat we bovendien moeten ondersteunen. En zoiets als ‘economisch rechts’ zijn, dat betekent voor mij weinig. Als je vindt dat kapitalisme, het systeem dat eigenhandig heeft gezorgd voor bijna alle ongelijkheid die we hier nu kennen, een goed idee is, dan ben je rechts. Gewoon rechts. Linkse kapitalisten ken ik niet, en ik geloof ook niet echt in hun bestaan.
Dus als je nou gedurende mijn hele schrijven denkt: Jeetje wat een links geleuter, dan kan dat kloppen. En daar schaam ik me even weinig voor als dat ik er trots op ben. Het is eigenlijk de enige redelijke visie. En als we dat nou allemaal geloven, kunnen we gaan discussiëren over hoe we dat hele linkse geleuter dan gaan aanpakken.
Soms zeggen mensen dingen zoals: er is sprake van linkse indoctrinatie in het onderwijs. En dan gaan de mensen daar heel serieus op in, dan wordt dat onderzocht en bekeken en afgewogen, terwijl ik alleen maar denk: Of het nou wel of niet zo is, het is sowieso niet genoeg!
Want als één politieke kant draait om sociaal zijn, elkaar helpen en samen een betere wereld creëren, en de andere kant draait om een vreemd soort fantasie van vrijheid, ongelijkheid, ellebogen en naar beneden trappen, dan wil ik onze kinderen, pubers en studenten echt super graag links indoctrineren. En dan noemen we die indoctrinatie gewoon onderwijzen. Want ik denk dat kinderen leren goede keuzes te maken, of studenten leren goed na te denken, dat dat onderwijs heet.
En weet je wat ik ook irritant vind, als mensen in politieke debatten zeggen dat linkse politici, voor zover die nog bestaan, idealistisch zijn. Alsof dat een super goede diss is, alsof het hebben van idealen in je politieke functie iets slechts is. Alsof er zoiets bestaat als neutrale politiek. Rot op echt. Als ik in zo’n debat zou staan, en iemand zou me beschuldigen van het hebben van idealen, dan zou ik zo graag terug zeggen: Ja, ik heb nog idealen, met wat sta jij hier precies? Hebzucht, waanzin en onzekerheid? Maar dat zeggen onze politici niet, die gaan zich verdedigen, ze gaan zeggen dat het om de feiten draait, dat er onderzoeken zijn die hun punten ondersteunen, dat er iets neutraals zou zijn waar ze zich op berusten. Zo zonde vind ik dat, dat er bijna nooit iemand zegt: Ja, idealen, die heb ik. Hele leuke ook, wil je ze horen anders?
Of dat er ooit iemand durft te zeggen: Linkse indoctrinatie in het onderwijs zou een deel van de oplossing zijn, niet het probleem. En laten we wat vroeger beginnen en het sterker aanzetten want het slaat kennelijk niet aan. Zoals we kleuters leren delen, leren dat ze niet mogen pesten en dat iedereen mee mag doen. Zo moeten we doorgaan, met scholieren, met studenten, en zelfs met volwassenen steeds opnieuw herinneren aan hoe het ooit was: hoe je docent je een compliment gaf als je een nieuwe kleuter hielp, als je het verlegen kind en handje gaf, als je een klasgenootje hielp met aan modderlaarzen trekken, als je tegen pesters durfde op te staan. Dat mogen we niet vergeten, die lessen zijn net zo nuttig voor grote mensen als voor kleuters.
En nee, we mogen geen mensen in kampen doen om ze het linkse gedachtegoed bij te brengen. Dat is altijd een slecht idee. Als iemand, ook een links iemand, mensen in kampen wil doen, dan moet je ten alle tijden meteen zeggen: nee, we gaan niemand in kampen doen! Ook geen heropvoedingskampen. Ook geen linkse indoctrinatie kampen, we blijven echt pertinent weg bij het idee van kampen.
We moeten de mensen gewoon vrij laten rondlopen, ze mogen ook onaardige dingen denken, we mogen niet zomaar in hun huizen komen, of ze afluisteren, of ze opsluiten. We hoeven ons alleen ook niet te schamen voor het hebben van sociale idealen.
Het hele idee van neutraliteit, van wetenschappelijkheid, van cijfers en statistieken in plaats van idealen, dat is waanzin. Rechtse politici houden zich ook niet bezig met feiten, tenzij ze die aan het verdraaien zijn. Maar ook zijn onderzoeken altijd al gekleurd door de vraag van de onderzoeker, door subsidies, door de groepen die we vormen, de categorieën die we maken, de talen die we spreken, de cijfers die tellen, de modellen die we gebruiken. Zoiets als neutrale wetenschap is een gevaarlijke fantasie. Zoiets als realistische politiek, zonder idealen: een farce.
En ik denk dat links en rechts fundamenteel verschillen van mening, over wat telt als mens, als volwaardig mens. Over of de grond waarop je geboren bent je meer rechten mag geven dan een ander, over of het rechtvaardig is stinkend rijk te zijn omdat je ouders dat zijn. Of het überhaupt rechtvaardig is dat sommige stinkend rijk zijn, en andere onmogelijk arm. Of het ok is dat onze rijkdom valt of staat bij kinderarbeid, klimaatschade en toekomstverdeling, of het ok is dat er landen bestaan die we ‘lage lonen landen’ noemen, of het ok is mensen te laten verdrinken in de Middellandse zee, of het ok is mensen te discrimineren om hun seksuele geaardheid, om hun genderkeuze, om hun geslacht, om hun kleding, om hun God… De kernvraag is: telt iedereen evenveel mee? En als je nou zegt: Ja natuurlijk, maar niet hier! Dan wil ik dat je uitlegt waarom niet hier? En waarom wij dan wel daar: hun olie, hun fabrieken, hun schone water, goedkope energie, hun kinderen, hun arbeid, hun grondstoffen, ruimte, stranden, koralen, vissen, kleding. Waarom wij wel daar en zij niet hier?
Ik heb nog nooit een rechts betoog gehoord dat niet in essentie rust op het idee dat mensen ongelijk zijn. Dat sommige minder waard zijn dan andere, of je het nou verwoord als het recht van de sterkste, het recht van je ras, het recht van je geslacht of het recht van je religie… Waar het hem ook in zit, rechtse mensen vinden steeds dat één groep (en dan eigenlijk bijna altijd toevallig de groep waar ze zelf bij horen) meer rechten heeft.
Dus ja, rechtse mensen vind ik onaardig voor zover ze rechts zijn. Ze kunnen alsnog lief zijn voor mij, of hun kinderen of voor boeren of ouderen bijvoorbeeld, maar voor zover ze rechts zijn, dat deel van die mensen, dat vind ik een onaardig deel. En ik denk dat linkse politici echt veel meer schaamteloos links mogen zijn, we moeten niet gaan geloven dat links zijn dom is, of dat nadenken over het goede alleen aan kinderen toebehoort, of eigenlijk zelfs: Wat is er toch mis met kinderen? We mogen niet trappen in het rechtse spelletje, maar we doen het wel.
Hoe vaak heb ik in mijn leven al gehoord dat links zijn bij de jeugd hoort? Dat ik ooit mijn radicale veren zal verliezen en een redelijke vrouw zal worden. Ik ben intussen 33, non-binair, en mijn veren groeien sneller dan mijn rimpels het bijhouden. Waar ik ooit tamelijk links was, ben ik nu tot in de kern verlinkst, en het ziet er tot op heden niet naar uit dat ik een andere kant op ga bewegen. En als dat betekent dat ik nog met mijn jeugdige veren vlieg, dan ben ik daar ontzettend blij mee. En dan vraag ik me af waarom zij het vliegen ooit verleerden, en of ze sindsdien nou echt gelukkiger zijn.