Ik en mij gekte
Het zit in de sleutel en hoe vaak hij draait
in hoe mijn raam wel of niet
in hoe mijn pen, mijn mes, mijn gedachte
ooo mijn gedachten,
in die nog het meest
Of in mijn handrem
of in de gedachte over mijn handrem
of in mijn hand
in het gevoel van mijn huid
in je adem in mijn oren
in hoe je doorslikt in mijn ziel
hoe je snijdt over je bord
in plastic verpakkingen die knerspen om plastic waterflessen
die ik heb voor als de oorlog komt
die ik had
lang voor iemand dacht
dat ooit de oorlog kwam
net als mijn opblaasboot
die ook op waanzin vaart
ik typ elke twee maanden
Hoe herken je een narcist
er bestaat daar geen online zelftest voor
waarom niet?
waarom niet ik?
statistisch gezien
jullie niet toch?
dus
wie weet
wie weet heb ik jullie verzonnen
of dat jullie mijn vrienden zijn
of dat ik zelf mijn keuzes maak
of wie weet
ben ik slecht
ben ik kwaadaardig
ben ik nep
ben ik een oplichter
zijn jullie intrappers
ben ik sterrenstof
ben ik bijna niets
ben ik alleen gedachte
alleen een hoofd
Ik wil dat je weet dat ik breek
zoals jij
dat ik snak en snik en snotter
dat ik tranen als kleine lawines laat vallen
op mijn rode wangen
dat ik droom zoals jij
maar dan enger
dat mijn nachtmerries altijd bestaan uit het bijna
het moment voor de klap,
dat ik ren
dat ik krimp
dat ik buk en val
dat ik bijna opgeef
het moment dat ik weet
‘nu is het te laat’
als vechten en vluchten geen optie meer zijn, mijn rug tegen de muur, het kwaad hijgend in mijn nek
dat ik heel diep in adem, en nooit meer uit
Zo voelt paniek
heel diep in, en nooit meer uit
alles in
en niets meer uit
alles aan
en niets meer uit
vooral niet
mijn gedachten
wie weet denk ik mijn lichaam weg
op het juiste moment
Er is altijd een kans, een echte kans in de wetenschap, dat je door me heen loopt.
Als al jouw moleculen precies zo geordend zijn dat ze niet botsen met de mijne
dat ik door de grond val
zoveel bestaan we nou ook weer niet
we zijn vooral ruimte tussen gekte
gekken in de ruimte
ik ben stof
ik ben minuscuul
ik ben een vliegenpoepje in het heelal
nog kleiner
nog kleiner
nog kleiner
tot ik stip
mijn gekte en ik